Het
Genietschap
Proeverijen
Proefnotities
en punten
Top 10
distilleerderijen
Reis reportages
Proeverij aanvragen ?
Nieuws
Contact
Links
|
|
Fotoreportage
Glenkinchie |
Een
fotoverslag van het bezoek dat Nico Meijboom op woensdag 27 mei 2026 bracht aan de Glenkinchie distilleerderij.
|
|
|
In 10 minuten van het hotel naar de Glenkinchie distilleerderij rijden lukt wel, maar Nico mist kennelijk de ingang naar de bezoekersparkeerplaats. Naast de oude warehouses en bij de karakteristieke schoorsteen mogen ook bussen parkeren, dus daar maar geparkeerd om klokslag 16:00 en de trap afgerend naar de distillery. Glenkinchie heeft nooit een pagodedak gehad zoals de meeste distilleerderijen in Schotland maar alleen een hoge schoorsteen vanaf de kiln. Waarschijnlijk vanwege de ligging in de vallei was de hoogte vroeger nodig voor de afvoer van rookgasssen.
|
|
|
|
Het standbeeld van "The Striding Man" bij de Glenkinchie distilleerderij heeft hier een andere kleur dan bij Clynelish aan het begin van de vakantie. De 4 standbeelden hebben allemaal een betekenis in het kader van het Diageo marketingconcept "The Four Corners of Scotland": Glenkinchie (Lowland florale tonen), Cardhu (Speyside complexiteit), Clynelish (Highland fruitigheid) en Caol Ila (Islay Maritieme kick). De reden van de schattige boemenoutfit van deze Jan Wandelaar is dus duidelijk.
|
|
|
|
In het bezoekerscentrum loop je meteen langs een leuke replica van een typische (en meestal illegale) boerderij distillatieopstelling uit de oude historie van whiskybereiding. Het verwijst ook naar de vroege oorsprong van de Glenkinchie distilleerderij toen de boeren John en George Rate in 1825 een licentie kregen onder de naam "The Milton Distillery". In 1837 werd de naam van de distilleerderij gelinkt aan de watervoorziening door de Kinchie burn en sindsdien distilleerden de broers onder de naam Glenkinchie. De Kinchie burn worden heden ten dage niet meer gebruikt als watervoorziening voor de whiskybereiding, maar nog wel als koelwater. Het land van de boerderij was uitermate geschikt voor het verbouwen van gerst en de combinatie boeren en distilleren werd volgehouden tot de broers in 1852 failliet gingen.
De broers verkochten in 1853 alles aan iemand die niet wilde distilleren en de gebouwen werden veranderd in een zaagmolen en een koeienstal.
|
|
|
|
Er is veel aandacht voor historie bij Glenkinchie. De geschiedenis van Johnnie Walker en Glenkinchie staan parallel onder elkaar.
John Walker werd geboren in 1805 als boerenzoon, maar op 14-jarige leeftijd overleed zijn vader en werd de boerderij verkocht. In 1820 werd van de opbrengst in Kilmarnock de Walker boodschappenwinkel geopend. Hier maakte John Walker zijn eerste blends, waarmee hij een goede reputatie opbouwde bij zijn klanten, die een unieke whisky van consistente kwaliteit waardeerden. In 1857 overleed John Walker en nam zijn zoon Alexander de zaken over.
|
|
|
|
Alexander Walker was het brein achter de vierkante fles met het diagonaal geplakte etiket dat we heden ten dage nog steeds herkennen uit duizenden. Hwt ontwerp had een puur praktische achtergrond: vierkante flessen vond hij beter geschikt voor transport en de tekst op het etiket was te lang: "Old Highland Whisky. John Walker and Sons, Kilmarnock". De bewaard gebleven brief van Alexander uit 1887 is bijna een modern number one mission statement "wij zijn vastbesloten onze whisky zo goed te maken, dat die beter is dan alle andere op de markt". Na het overlijden van Alexander in 1889 namen zijn 2 zonen George Paterson Walker en Alexander Walker II het concern over. In 1908 werd The Striding Man het logo en kwamen de merkvarianten Red en Black label op de markt. Rond 1920 was Johnnie Walker whisky wereldberoemd in 120 landen en is honderd jaar later nog steeds een wereldleider met verschillende brand variaties, inclusief een groene belnded malt whisky.
Ondertussen bij de zaagmolen annex koeienstal...Vanwege de alsmaar groeiende vraag naar whisky kocht een consortium van brouwers, blenders en wijnhandelaren in 1878 de boerderij met gebouwen. Begin jaren 80 werd er weer gedistilleerd onder de naam Glenkinchie Distillery Co. Ook het boerenbedrijf en veehandel ging door. In 1887 bezocht Alfred Barnard de distilleerderij voor zijn standaardwerk "The Whisky Distilleries of the United Kingdom". De distilleerderij die hij toen heeft gezien stond er niet lang meer.
Begin jaren 1890 werd er door eigenaar Major James Grey een compleet nieuwe en grotere distilleerderij gebouwd met een moutvloer en huizen voor de werknemers. De lijnen van Johnnie Walker & Glenkinchie lopen dan nog steeds parallel.
|
|
|
|
De lijnen komen pas bij elkaar in 1894 als de voorraadboeken van John Walker & Sons voor het eerst de aankoop van vaten Glenkinchie vermelden. In 1968 worden de moutvloeren gesloten en een jaar later is er een bezoekerscentrum in deze vrijgekomen ruimte. In 2020 is er een grote modernisering en upgrade van de distilleerderij en het bezoekerscentrum uitgevoerd.
|
|
|
|
In de oude malting staat langs de lange wand het hoogtepunt van het bezoek voor Nico: een compleet schaalmodel van een malt whisky distilleerderij! In 1924 gebouwd door Bassett-Lowke voor de Scotch Whisky Exhibit in het Palace of Industry voor de British Empire Exhibition in Wembley. De ontwerper was James Risk, consultant voor Scottish Malt Distillers (SMD), en George Cruikshank van SMD. SMD was inmiddels de eigenaar van Glenkinchie geworden, samen met de andere Lowland distilleerderijen Rosebank, St. Magdalene, Clydesdale en Grange. SMD werd later onderdeel van United Distillers; een voorloper van Diageo.
|
|
|
|
Het model heeft ook echt gewerkt op de tentoonstelling! Na de expositie stond het model van 1926 tot 1949 in het Science Museum in London. Het werd vervolgens in kratten ingepakt en half vergeten, tot het in 1963 in particuliere handen overging. Alistair Munro, destijds manager van Glenkinchie distillery, zorgde ervoor dat het model in de jaren 70 opnieuw werd opgebouwd in het bezoekerscentrum.
|
|
|
|
Het is jammer dat onze tour guide hier niet zo lang stil bleef staan, want alleen dit model dat loopt van graansilo tot vaten vullen is al een bezoek aan deze distilleerderij waard! Het paste in zijn geheel niet eens op de foto.
|
|
|
|
Nog meer geschiedenis in de oude kiln. Sinds 1968 dus niet meer in gebruik, maar wel leuk om de zeefplaten waar de gerst tijdens het droogproces op lag te zien en het oventje waar de kolen in gestookt werden voor de hete lucht. Turf wordt niet gebruikt bij Glenkinchie.
|
|
|
|
Het schaalmodel maakt het de gids wel makkelijker om het hele proces zoals dit nu verloopt nog eens uit te leggen.
|
|
|
|
Als we eindelijk de distilleerderij zelf ingaan begint het bij een museumstuk dat overal nog gewoon in gebruik blijft: de onverwoestbare Porteus Malt Mill. De foto van de grote RVS Lauter mash tun is verloren gegaan, maar de foto rechts is de vloeibare gistopslagtank die naar de washbacks gaat. Die zie je niet vaak zo.
|
|
|
|
En weer een berg geschiedenis in het trappenhuis naar de still room. Op de foto zie je nog stills die kolengestookt worden. In 1972 is dit gestopt en vervangen door indirecte verwarming met stoom.
|
|
|
|
De 6 houten Oregon pine washbacks.
|
|
|
|
De stillroom bevat slechts 2 stills, maar die zijn wel indrukwekkend. De wash still heeft een volume van 30.963 L en een capaciteit van 21.000 L en is daarmee de grootste pot still in Schotland. De spirit still heeft een inhoud van 20.998 L en een capaciteit van 17.000 L. De jaarproductie van Glenkinchie is ongeveer 2.5 miljoen liter.
|
|
|
|
Sinds 1988 is Glenkinchie de Lowland representative van The Classic Malts of Scotland. De vaten rijpen niet meer op de distillery, maar er liggen nog showvaten waar je als bezoeker de verschillen in kan ruiken. Daarna ga je een donkere sensory room in, waar je diverse geuren kan ervaren. Erg nuttig voor beginnende liefhebbers als voorbereiding op de tasting op het einde.
|
|
|
|
De proeverij bestaat uit:
Glenkinchie 12Y, 43%, "The Edinburgh Malt"
De standaard expressie is van 10 naar 12 jaar gegaan. Neus: elegant, zoet, floraal, perzik, banaanschuimpjes, suikerspin. Uitnodigend! Smaak: na de prachtige neus smaakt dit dan relatief eenvoudig, maar lekker en goed in balans. First fill bourbon vaten leveren en flink shot vanille en hout. Zacht mondgevoel, zeer toegankelijk, zoet en fruitig. Een fijne zomerwhisky met een middellange zoete houtafdronk.
Glenkinchie Distillers Edition, 43%, Amontillado Cask Wood Finish
De distillers edition heeft geen vintage aanduidingen meer. Neus: kruidiger en donkerder dan de lieflijke 12Y. Meer rood fruit en hazelnoot, maar niet aantrekkelijker voor Nico. Smaak: dit is wel complexer. Nootachtig, meer hout, kruidig. Minder zoet dan ik mij herinner van eerdere edities. Lange kruidige houtaddronk. Niet beter dan de huidige 12Y, maar wel een interessant ander karakter door de Amontillado finish.
Glenkinchie 12Y, 48.7%, Rejuvinated Red Wine Cask, Fill Your Own Bottle Batch 6
Neus: deze wijnfinish walst over het subtiele Glenkinchie karakter heen. Stevig eikenhoutprofiel met rood fruit. Na enige tijd staan en een drupje water komt het florale, fruitige Glenkinchie karakter meer naar voren. Smaak: wat overheersend branderig eikenhout naast het rode fruit. Nico heeft zowaar lichte voorkeur voor de standaard editie ipv deze perperdure distillery exclusive. Lange kruidige houtafdronk.
.
|
Terug naar het Schotland 2026 reisverslag
webmaster __________
Whisky Monitor __________ nicomeijboom59@gmail.com
webdesign ekksites internet producties
|